Jarenlang voelde mijn lichaam als een plek waar liefde en strijd tegelijk woonden.
Vanaf mijn puberteit hoorde ik dat een lichaam er op een bepaalde manier uit moest zien om mooi te zijn. Die boodschap raakte diep en bracht een relatie op gang waarin trots en afwijzing elkaar bleven afwisselen.

Die relatie voelde verwarrend. Een deel van mij verlangde naar verbinding met mijn lichaam, terwijl een ander deel voortdurend probeerde te corrigeren, te veranderen en goed genoeg te worden. Ik wilde me thuis voelen in mijn lichaam en tegelijk wist ik vaak niet hoe.

In de jaren daarna liep gewicht als een stille rode draad door mijn leven. Ik ben vaak dik geweest, vaak dun geweest, en toch bleef de rust uit. Want van binnen veranderde er weinig, hoe hard ik ook mijn best deed.

Tijdens die periode probeerde ik van alles. Allerlei diëten, hard trainen, alles volgens de boekjes. En telkens kwam dezelfde vraag terug: waarom voelt het nooit blijvend? Het leek zo simpel — minder eten, meer bewegen — en toch bleef het gevoel dat er iets essentieels ontbrak. Zo simpel blijkt het dus niet te zijn.

Langzaam begon ik te zien dat mijn motivatie vaak voortkwam uit angst in plaats van liefde voor mezelf. Angst om niet goed genoeg te zijn. Angst om niet geaccepteerd te worden. Angst om buiten de norm te vallen. Vanuit die plek ontstond controle, terwijl mijn lichaam juist verlangde naar verbinding. Hoe meer controle, hoe groter de afstand tussen ziel en lichaam.

En ergens begon ik te voelen dat mijn lichaam geen liefde kon ontvangen vanuit angst. Liefde vroeg om zachtheid, aanwezigheid en een relatie die verder ging dan uiterlijk.

Wat ik nu zie, is dat zolang de focus alleen op de vorm ligt en de binnenwereld weinig aandacht krijgt, verandering moeilijk duurzaam voelt. Het lichaam beweegt misschien even mee, terwijl van binnen het gevoel van onrust of ontevredenheid blijft bestaan. In mijn eigen ervaring bracht dat vooral frustratie en een diep gevoel van ongelukkig zijn.

En toen, zonder dat ik het bewust zocht, begon er iets te verschuiven.

Mijn aandacht ging meer naar voelen. Meer luisteren. Minder sturen. Mijn werk met SER werd daarin een belangrijke bedding. Zachte aanraking, spanning ontmoeten, ruimte geven aan wat ooit vastzat. Aanwezig blijven bij wat mijn lichaam liet zien.

In die beweging begon mijn lichaam te veranderen. Langzaam. Stil. Zonder dat ik erachteraan zat.

In 18 maanden verloor ik meer dan 12 kilo. Zonder dieet. Zonder strijd. Zonder dat het een doel was. En dat raakte me meer dan ik had verwacht. Het vroeg maar één ding van mij: luisteren naar mijn lichaam en het benaderen vanuit liefde en respect. Wat een wereld van verschil.

Het ging nooit om het getal. De boodschap erachter voelde veel groter.

Het voelde alsof mijn lichaam zachtjes zei:
“ik stond altijd naast je… ik probeerde je te beschermen.”

En daar kwam emotie. Ontroering. En ook een stukje verdriet om de jaren waarin ik zo hard was voor mezelf. Zoveel frustratie, zoveel irritatie, zoveel energie die ging naar vechten tegen een lichaam dat eigenlijk altijd bondgenoot was.

Vandaag voelt het anders. Meer bewondering. Meer dankbaarheid. Meer vertrouwen.

Ik zie en voel hoe intelligent het lichaam is. Hoe het spanning kan dragen, loslaten, zich aanpassen en reorganiseren wanneer er veiligheid ontstaat. Hoe het blijft communiceren, ook wanneer wij het nog niet volledig begrijpen.

Wat ik heb ervaren is dat echte verandering ontstaat wanneer de relatie met jezelf verschuift.

Luisteren krijgt meer ruimte dan controleren. Zachtheid opent meer dan discipline.

SER heeft me dat laten voelen. In mijn eigen lijf. Een lichaam dat zich veiliger voelt, houdt vanzelf minder vast. Soms beweegt gewicht mee als echo van die innerlijke verschuiving.

Misschien is dat de grootste les die ik nu voel: mijn lichaam volgt mijn ziel en tegelijk begeleidt mijn lichaam mijn ziel. Een voortdurende dialoog. Een spiegel. Een bondgenootschap.

Het voelt als thuiskomen. Eindelijk. Al voelt het ook als een zachte glimlach naar mezelf: beter laat dan ooit.

Wat ik ook ben gaan begrijpen, is dat innerlijke groei vaak een lichamelijke echo krijgt. Keuzes ontstaan vanzelf vanuit luisteren. Gezondere bewegingen komen voort uit verbinding. Precies daar ervaar ik duurzame verandering.

In mijn werk ontmoet ik steeds weer lichamen die hetzelfde verhaal dragen. En telkens zie ik hoe verandering begint op het moment dat iemand zichzelf opnieuw leert ontmoeten met liefde en compassie.

Rauw.
Eerlijk.
Levend.

Vanuit welke plek maak jij keuzes voor je lichaam: angst of verbinding?